ECLI:NL:CRVB:2019:3244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget wegens onvoldoende medische belemmering voor treinreis
Appellant, geboren in 1962, vroeg om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb) vanwege een angststoornis die het reizen met de trein zou belemmeren. De FMMU wees deze aanvraag af op basis van het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget, omdat uit medisch onderzoek bleek dat appellant, ook met begeleiding, in staat is met de trein te reizen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voegde medische stukken van zijn huisarts toe. De Centrale Raad van Beroep liet een arts van de FMMU deze stukken beoordelen, die concludeerde dat de ernst en het blijvende karakter van de psychiatrische problematiek onvoldoende waren om de aanvraag te honoreren.
De Raad oordeelde dat de angstklachten geen belemmering vormen voor het met begeleiding reizen met de trein en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien om het bestreden besluit te wijzigen en het hoger beroep werd verworpen. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget wordt afgewezen omdat de medische klachten geen belemmering vormen voor reizen met de trein.