Uitspraak
15.8288 WIA
OVERWEGINGEN
(bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig liftmonteur en schoonmaker, viel op 29 juni 2012 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op 4 juni 2014 een loongerelateerde WIA-uitkering vast met een arbeidsongeschiktheid van 68%. Na bezwaar en beroep werd dit verhoogd naar 71,95%, waarbij de geschiktheid voor bepaalde functies werd vastgesteld.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren, mede vanwege psychische klachten en medicatiegebruik. Hij overlegde medische rapporten van zijn huisarts en medisch adviseur, evenals van een psychiater. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit deels vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand op basis van nadere rapporten.
In hoger beroep heeft de Raad een onafhankelijke deskundige benoemd die op basis van alle medische gegevens, inclusief de door appellant overgelegde rapporten, concludeerde dat de beperkingen en de Functionele Mogelijkhedenlijst van 19 december 2014 juist waren vastgesteld. De Raad volgt deze deskundige en bevestigt dat de drie functies waarop de mate van arbeidsongeschiktheid is gebaseerd, geschikt zijn voor appellant.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid van de geselecteerde functies juist zijn vastgesteld.