ECLI:NL:CRVB:2019:3233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken machtiging Wmo-voorziening
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verstrekte appellante op 28 november 2017 een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, ingediend door haar gemachtigde mr. K. Wevers. Het college verzocht vervolgens om een machtiging binnen 14 dagen te overleggen, met de waarschuwing dat het bezwaar anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
Appellante heeft geen machtiging overgelegd, waarna het college het bezwaar op 23 januari 2018 niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het college terecht een machtiging mocht verlangen omdat het bezwaarschrift alleen door de gemachtigde was ondertekend. Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij de machtiging tijdig had verzonden.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden aangevoerd en slechts haar eerdere standpunten herhaald. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de motivering van de rechtbank volledig en bevestigt de uitspraak. Het hoger beroep wordt verworpen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.