ECLI:NL:CRVB:2019:3227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde hennepkwekerij
In deze zaak gaat het om de intrekking en terugvordering van bijstand die aan appellante werd verstrekt. Dit gebeurde omdat in haar woning een hennepkwekerij werd aangetroffen waarvan zij geen melding had gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Appellante betwist niet dat zij geen melding heeft gedaan, maar stelt dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat zij inkomsten uit de hennepkwekerij heeft genoten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het feit dat een hennepkwekerij in haar woning is aangetroffen, de veronderstelling rechtvaardigt dat zij de exploitant was en op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht, ook als er nog geen oogst heeft plaatsgevonden.
Omdat appellante geen administratie van de aard en omvang van de werkzaamheden heeft overgelegd, kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het college heeft de bijstand daarom terecht ingetrokken en teruggevorderd. De vraag of appellante daadwerkelijk inkomsten heeft gehad uit de kwekerij is niet relevant. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde hennepkwekerij wordt bevestigd.