ECLI:NL:CRVB:2019:3218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht in WAO-uitkeringszaak
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op een eerdere beslissing tot weigering van een WAO-uitkering. Dit verzoek werd afgewezen omdat appellant geen nieuwe informatie aanleverde. Vervolgens verklaarde het UWV het bezwaar van appellant tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden van bezwaar.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkheidsbeslissing eveneens niet-ontvankelijk, omdat appellant het griffierecht niet had betaald ondanks meerdere verzoeken daartoe. Appellant gaf geen reden voor dit verzuim en verscheen niet op de zitting.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe gronden aan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.