ECLI:NL:CRVB:2019:3187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet nakomen informatieplicht volgens artikel 54 lid 4 Participatiewet
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet sinds december 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Deurne nodigde appellant uit voor gesprekken en het overleggen van bankafschriften, maar appellant verscheen niet en leverde geen stukken aan. Hierdoor werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken met toepassing van artikel 54 lid 4 PW Pro.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de uitnodigingen niet tijdig had gezien vanwege een verblijf in Amsterdam en dat hij het college telefonisch had geïnformeerd. Deze stellingen werden niet onderbouwd met objectief bewijs en het college had geen aanwijzingen van een dergelijke melding. Het college was bevoegd de bijstand in te trekken omdat appellant niet aan zijn informatieplicht had voldaan.
De Raad oordeelde dat appellant passende maatregelen had moeten treffen om kennis te nemen van post tijdens zijn afwezigheid en dat het niet nakomen van deze verplichting voor zijn rekening en risico komt. Ook het argument dat het gesprek telefonisch had moeten plaatsvinden werd verworpen. De intrekking van de bijstand werd daarom bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand op grond van artikel 54 lid 4 PW wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.