Uitspraak
18 4361 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
F.H.R.M. Robbers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
8 oktober 2019.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een Wajong-uitkeringsgerechtigde met een chronische nieraandoening, vroeg bijzondere bijstand aan voor stofferingskosten van zijn nieuwe woning. Het college wees deze aanvraag af omdat appellant volgens hen had kunnen reserveren en er geen bijzondere omstandigheden waren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat het college ten onrechte sprak van een herhaalde aanvraag, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet had kunnen reserveren. De rechtbank verwees naar het feit dat appellant al sinds 2012 een Wajong-uitkering ontving en meerdere medische toelagen kreeg.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege zijn medische situatie en betalingsregelingen niet kon reserveren. De Raad volgde dit niet en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad benadrukte dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid vormt en dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij niet kon sparen voor de stofferingskosten.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van de bijzondere bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor stofferingskosten wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kon reserveren.