Uitspraak
17.5327 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante meldde zich ziek na een auto-ongeval en vroeg een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2016 stelde het UWV vast dat haar belastbaarheid ongewijzigd was en weigerde alsnog de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de vastgestelde beperkingen juist waren. Appellante voerde hoger beroep aan tegen deze uitspraak met name vanwege haar ooghandicap en het ontbreken van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen toegenomen medische beperkingen zijn. De Raad onderschrijft de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en het oordeel van de rechtbank. Appellante heeft geen nieuwe medische gegevens overgelegd die het standpunt kunnen ondermijnen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bovendien overtuigend toegelicht dat er geen medische grond is voor een hogere belastbaarheid of urenbeperking. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.