ECLI:NL:CRVB:2019:3098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering wegens pensioengerechtigde leeftijd bevestigd
Appellante ontving na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde deze uitkering per 15 maart 2017 omdat appellante de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen ouderdomspensioen ontving ondanks haar volledige arbeidsongeschiktheid en het feit dat haar overleden echtgenoot in Nederland verzekerd was geweest.
De Raad oordeelde dat het recht op nabestaandenuitkering volgens artikel 16 van Pro de ANW automatisch eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, die in 2017 65 jaar en negen maanden bedroeg. Appellante had deze leeftijd bereikt, waardoor de beëindiging terecht was. Tevens wees de Raad erop dat appellante eerst een AOW-uitkering moet aanvragen bij de Marokkaanse sociale zekerheidsinstantie (CNSS). De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de nabestaandenuitkering terecht is beëindigd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.