ECLI:NL:CRVB:2019:3078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en geschiktheid geselecteerde functies in WIA-herbeoordeling
Appellant was werkzaam als helpende A en meldde zich ziek wegens lichamelijke klachten. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd zijn arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld, waarbij een verzekeringsarts beperkingen vaststelde en een arbeidsdeskundige functies selecteerde die appellant nog kon verrichten. Het UWV beëindigde de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanleiding gaf tot twijfel aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De arbeidskundige beoordeling werd niet inhoudelijk getoetst omdat appellant daartegen geen bezwaren had ingebracht.
In hoger beroep stelde appellant dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met zijn individuele omstandigheden en klachten, waaronder evenwichtsstoornissen, en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Raad oordeelde dat appellant zijn standpunten niet met objectieve medische gegevens had onderbouwd en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Ook is opgemerkt dat voor het vervoer naar het werk een voorziening kan worden aangevraagd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.