ECLI:NL:CRVB:2019:3029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks gewijzigde medische motivering
Appellant, laatst werkzaam als keukenmedewerker, meldde zich ziek wegens psychische klachten en ontving een WIA-uitkering die later werd beëindigd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en beroep handhaafde het UWV dit besluit op basis van medische beoordelingen en arbeidsdeskundige rapporten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de geselecteerde functies niet geschikt waren vanwege zijn beperkingen, waaronder onvermogen om met hectiek en collega's om te gaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vulde de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan met extra beperkingen, maar de arbeidsdeskundigen concludeerden dat de functies nog steeds passend waren.
De Raad oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische conclusies en dat de functies geschikt waren. Hoewel het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat het besluit met gelijke uitkomst zou zijn genomen. Het hoger beroep werd afgewezen, de eerdere uitspraak bevestigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.