ECLI:NL:CRVB:2019:2992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering loongerelateerde WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als medewerker polisadministratie, vroeg om een loongerelateerde WGA-uitkering na ziekte met psychische klachten. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was vastgesteld. Na bezwaar en een nieuw besluit bleef het UWV bij deze weigering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische belastbaarheid overtuigend was vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen groter waren door psychische klachten en obstructief slaapapneusyndroom, en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst onjuist was beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De medische rapporten hielden rekening met alle klachten, inclusief psychische beperkingen en slaapapneu, die adequaat behandeld wordt. De Raad vond dat appellant in een normale gezagsverhouding kan functioneren en dat de geselecteerde functies medisch passend zijn. Nieuwe medische informatie of latere werkuitval veranderde dit oordeel niet.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de loongerelateerde WGA-uitkering bevestigd.