ECLI:NL:CRVB:2019:2940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering en afwijzing schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, laatstelijk werkzaam als wagenparkbeheerder, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige beoordelingen vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank vernietigde het UWV-besluit wegens procedurele tekortkomingen, maar liet de rechtsgevolgen in stand na een aanvullend onderzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische beoordeling onjuist was, onder meer vanwege onvoldoende rekening houden met zijn noodzaak tot intensieve begeleiding en een loonwaardemeting die zijn arbeidsvermogen onder het minimumloon plaatste. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende waren gemotiveerd en dat geen aanleiding bestond voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim vijf maanden was overschreden, wat een schadevergoeding van €500 oplevert. Deze vergoeding was reeds toegekend door de rechtbank, en verdere schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan schade.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om aanvullende schadevergoeding af, waarmee het hoger beroep van appellant werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om aanvullende schadevergoeding af.