Uitspraak
17.5368 WAO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
G.D. Alting Siberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een WAO-uitkering ontvangen sinds 1984, welke in 2009 werd beëindigd wegens niet reageren op oproepen van het UWV. In 2016 verzocht zij om hervatting van de uitkering, maar het UWV weigerde dit na medisch en arbeidskundig onderzoek omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV juist was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onderschat waren en dat zij de geduide functies niet kon verrichten, evenals een onjuiste vaststelling van het maatmanloon.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had aanvullende beperkingen vastgesteld voor nek- en rugbelasting, maar geen objectief medische grondslag gevonden voor handklachten of psychische stoornissen. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de functies passend waren en het maatmanloon correct was vastgesteld.
Gezien het ontbreken van nieuwe medische gegevens en gemotiveerde bezwaren, werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.