ECLI:NL:CRVB:2019:2896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde inkomsten uit handel in oude metalen
Appellanten ontvingen bijstand en werden onderzocht naar aanleiding van een melding over illegale activiteiten. Uit waarnemingen en verklaringen bleek dat appellant actief was in de handel van oude metalen en hiervoor contante inkomsten ontving, ondanks zijn stelling dat de handel was overgedragen aan zijn neef.
Het college herzag de bijstand over de periode van 1 juni 2014 tot en met 30 juni 2016 en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het onderzoek rechtmatig was, dat de inlichtingenplicht was geschonden en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Ook werd het beroep op vooringenomenheid en onredelijke duur van het onderzoek verworpen.
De uitspraak benadrukt dat het college bevoegd is tot onderzoek zonder voorafgaande concrete aanwijzingen en dat appellanten de bescherming van de beslagvrije voet kunnen inroepen bij terugvordering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.