ECLI:NL:CRVB:2019:2832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestendiging ouderdomspensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving een ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Na melding van appellant dat hij sinds januari 2014 uit elkaar was met zijn echtgenote, onderzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) of sprake was van duurzaam gescheiden leven, wat een wijziging van het pensioen zou rechtvaardigen.
De Svb besloot op 22 november 2016, bevestigd op bezwaar, het ouderdomspensioen ongewijzigd voort te zetten omdat niet was voldaan aan het criterium duurzaam gescheiden leven zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat wel sprake was van duurzaam gescheiden leven. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe of andere gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad onderschreef daarom de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ouderdomspensioen blijft ongewijzigd voortgezet.