ECLI:NL:CRVB:2019:2747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en beëindiging AIO-aanvulling na pensioeninkomsten
Appellant ontving een AIO-aanvulling naast zijn AOW en pensioeninkomsten. Na een signaal van de Belastingdienst over een toegekend pensioen met terugwerkende kracht, herzag de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het recht op AIO-aanvulling en beëindigde deze per 1 februari 2015. Tevens vorderde de Svb een bedrag terug dat te veel was ontvangen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn inkomsten lager waren dan de normbedragen en dat de terugvordering onjuist was vastgesteld. Ook voerde hij aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
De Raad oordeelde dat de Svb terecht uitging van de juiste normbedragen en inkomsten, en dat de terugvordering proportioneel was gezien de nabetaling van het pensioen. Dringende redenen om af te zien van terugvordering waren niet aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en beëindiging van de AIO-aanvulling bevestigd.