ECLI:NL:CRVB:2019:2703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvankelijk af vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na een nieuwe ziekmelding en herbeoordeling kende het UWV een loongerelateerde WGA-uitkering toe op basis van 100% arbeidsongeschiktheid.
Bij een medisch en arbeidsdeskundig onderzoek in 2016 stelde het UWV vast dat appellant 0% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing.
Het UWV wijzigde echter in hoger beroep het besluit en kende een uitlooptermijn toe met een WGA-loonaanvullingsuitkering tot maart 2017, gebaseerd op 100% arbeidsongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen en functiegeschiktheid voldoende waren vastgesteld. Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het gewijzigde besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard; eerdere besluiten en uitspraak worden vernietigd.