Uitspraak
18 4168 PW, 18/4169 PW
19 juni 2018, 17/525 en 17/1622 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Indien - zoals in het geval van appellant - van een toevoeging geen sprake is, dient het bijstandverlenend orgaan zich aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval zelfstandig een oordeel te vormen over de noodzaak van de gevoerde procedure. Het ligt dan op de weg van appellant, als aanvrager van de bijzondere bijstand, om de gestelde noodzakelijkheid van de procedure van een toereikende onderbouwing te voorzien en aannemelijk te maken. De beroepsgrond dat het college zelf stukken over de procedure moest opvragen bij de ABRvS slaagt daarom niet.