Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
8 augustus 2019.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €47,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van het beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, met D.W.M. Kaldenhoven als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2019. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.