ECLI:NL:CRVB:2019:254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid voor IVA-uitkering afgewezen
Appellante, werkzaam als kernanalist, vroeg een IVA-uitkering aan op grond van de Wet WIA. Het UWV stelde dat zij wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was en kende haar daarom een WGA-uitkering toe. Na bezwaar en beroep werd appellante volledig arbeidsongeschikt verklaard, maar de rechtbank oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was en wees de IVA-uitkering af.
In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel en bracht een medisch rapport in dat stelde dat haar arbeidsongeschiktheid wel duurzaam was. Het UWV verwees naar een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat een reële kans op verbetering van haar belastbaarheid aanwees.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het onderzoek van de verzekeringsarts een toereikende grondslag vormde voor de verwachting van verbetering. De medische informatie van appellante bood geen aanleiding om het oordeel over de duurzaamheid te wijzigen. De IVA-uitkering werd daarom terecht geweigerd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellante af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De IVA-uitkering is terecht geweigerd omdat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is.