Uitspraak
19.926 AW
mr. Damen.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond.
H.A.A.G. Vermeulen als leden, in tegenwoordigheid van L.R. Daman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2019.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 1995 werkzaam bij de gemeente Maastricht en had een langdurige arbeidsrelatie met problemen, met name een verstoorde relatie met zijn teammanager. Na een planningsgesprek in maart 2016 ontstond een impasse, waarbij betrokkene zijn teammanager beschuldigde van discriminatie en pestgedrag en weigerde over zijn functioneren te spreken.
Na een periode van ziekte, mediation zonder resultaat en een bedrijfsartsrapport, verleende het college betrokkene ontslag op grond van artikel 8:8 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Maastricht (AGM) wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk. De rechtbank verklaarde het ontslag onterecht omdat niet was vastgesteld dat herplaatsing onmogelijk was en vernietigde het besluit.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college wel bevoegd was tot ontslag omdat voortzetting van het dienstverband niet in redelijkheid van het college kon worden verlangd. De raad achtte de gedragingen van betrokkene, zowel recent als in voorgaande jaren, zodanig dat herplaatsing geen oplossing bood. De mediation mislukte en de bedrijfsarts constateerde een bovennormale emotionele reactie.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het ontslagbesluit. Betrokkene heeft geen recht op aanvullende compensatie omdat de aangeboden regeling passend is. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wordt bevestigd omdat voortzetting van het dienstverband niet redelijk was en het college bevoegd was tot ontslag.