ECLI:NL:CRVB:2019:2486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig assistent chef food, ontving sinds 2008 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een medisch onderzoek in 2014 en een arbeidskundige beoordeling concludeerde het UWV dat appellant nog volledig arbeidsongeschikt was, maar later werd vastgesteld dat er voldoende passende functies voor hem beschikbaar zijn.
Het UWV besloot daarom in 2015 de WIA-uitkering in te trekken, hetgeen door appellant werd aangevochten bij de rechtbank en vervolgens bij de Centrale Raad van Beroep. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen groter waren dan aangenomen, mede door psychische klachten en een belastende privésituatie.
De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen objectieve medische gegevens waren die appellant's stelling ondersteunden. Ook achtte de Raad de arbeidskundige beoordeling en de gevonden voorbeeldfuncties passend. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering van appellant per 25 mei 2015.