ECLI:NL:CRVB:2019:2368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet tijdig ingediend en niet-ontvankelijk verklaard door Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) over de hoogte van zijn AOW-pensioen. De rechtbank stelde vast dat het bezwaarschrift te laat was ingediend, omdat het pas op 7 mei 2015 werd ontvangen terwijl de termijn op 1 mei 2015 eindigde. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij het bezwaarschrift op tijd had verstuurd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij het bezwaarschrift samen met dat van zijn echtgenote op 1 mei 2015 had gepost en dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve de ontvankelijkheid had onderzocht. De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn van openbare orde is en dat de rechtbank deze ambtshalve mocht toetsen.
De Raad overwoog verder dat de datum van het poststempel leidend is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de brief eerder is gepost. PostNL bevestigde dat brievenbussen op 4 en 5 mei 2015 niet werden geleegd vanwege feestdagen, waardoor een poststempel van 6 mei 2015 niet uitsluit dat het bezwaarschrift na 1 mei in de brievenbus is gedeponeerd. Appellant slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet tijdig ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.