ECLI:NL:CRVB:2019:2365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand wegens niet-gemelde bankbijschrijvingen als middelen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Na signalen over hun dure kleding startte het college van burgemeester en wethouders van Soest een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Hierbij bleek dat appellanten bankafschriften hadden ingediend waarbij meerdere bijschrijvingen waren weggelaten.
Het college herzag daarop de bijstand over de periode mei tot en met augustus 2016 en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. Appellanten maakten bezwaar, stellende dat het om leningen ging waarover zij niet vrij konden beschikken. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, hetgeen in hoger beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat bijschrijvingen op bankrekeningen als middelen in de zin van de Participatiewet gelden en dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip. Omdat appellanten in de betreffende periode bijstand ontvingen en niet afhankelijk waren van leningen voor hun levensonderhoud, was het college terecht uitgegaan van inkomsten die in mindering moesten worden gebracht op de bijstand.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.