ECLI:NL:CRVB:2019:2313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand wegens inkomsten uit muziekoptredens
Appellant ontvangt bijstand en heeft in de periode 2015 inkomsten uit muziekoptredens ontvangen via een verloningsbureau. Het college heeft de bijstand herzien en een bedrag van €736,11 teruggevorderd, omdat deze inkomsten als middelen worden beschouwd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de inkomsten niet tot de middelen behoren op grond van de Artiesten- en beroepssportersregeling en artikel 31 PW Pro, omdat deze bedragen onbelast zouden zijn. De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inkomsten als eindheffingsbestanddeel zijn aangemerkt en dat het niet inhouden van loonbelasting ook andere oorzaken kan hebben.
Verder heeft appellant betoogd dat hij zijn inlichtingenverplichting niet heeft geschonden, omdat het college op de hoogte was van zijn optredens en onkostenvergoedingen. De Raad stelt vast dat appellant geen opgave heeft gedaan over de inkomsten in 2015 en daarmee de inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat appellant niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand wegens inkomsten uit muziekoptredens wordt bevestigd.