ECLI:NL:CRVB:2019:2296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit kostendelersnorm bij bijstand ondanks betwisting uitwonendheid zoon
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en kregen vanaf 1 juli 2015 een verlaging vanwege toepassing van de kostendelersnorm, omdat hun meerderjarige zoon bij hen woonde. Na een gesprek in augustus 2016 gaven zij aan dat hun zoon niet langer bij hen woonde. Het college verhoogde daarop de bijstand met ingang van 29 juni 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze verhoging ongegrond. In hoger beroep stelden appellanten dat hun zoon al eerder was uitwonend, waardoor de kostendelersnorm eerder had moeten worden beëindigd. De Raad oordeelde dat de bewijslast hiervoor bij appellanten ligt en dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat de zoon eerder was vertrokken.
De Raad verwierp het beroep ook omdat een uittreksel uit de basisregistratie personen onvoldoende is om de feitelijke situatie te wijzigen. Ook het vermeende eerdere indienen van een wijzigingsformulier door appellanten werd niet bewezen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat de kostendelersnorm terecht is toegepast vanaf 29 juni 2016 en wijst het beroep af.