ECLI:NL:CRVB:2019:2282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens overschrijding termijn aanvraag
Appellante verzocht om een WW-uitkering over de periode van 19 december 2007 tot 12 maart 2008. Het UWV weigerde deze uitkering toe te kennen omdat appellante niet in ten minste 26 weken voorafgaand aan haar werkloosheid had gewerkt en de aanvraagdatum van 20 juli 2017 ruim na de uitkeringsperiode lag.
Het bezwaar van appellante tegen deze weigering werd ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, verwijzend naar artikel 35 van Pro de WW, dat bepaalt dat uitkeringen niet worden betaald over perioden die meer dan 26 weken voor de aanvraagdatum liggen, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Er is geen sprake van een bijzonder geval dat afwijking van de hoofdregel rechtvaardigt. De uitkering wordt daarom niet toegekend. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en berust op een zorgvuldige toetsing van de toepasselijke wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens overschrijding van de termijn van 26 weken voorafgaand aan de aanvraagdatum.