ECLI:NL:CRVB:2019:2251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, werkzaam als orderpikker, meldde zich ziek met pijn- en psychische klachten en ontving een ZW-uitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts haar belastbaarheid vast met beperkingen neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante niet haar eigen werk kon verrichten, maar nog 100% van haar maatmaninkomen kon verdienen met andere functies. Het UWV beëindigde daarom haar ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de FML juist was vastgesteld. In hoger beroep voerde appellante gelijkluidende gronden aan en overhandigde zij aanvullende medische stukken en een gemeentelijke beschikking tot vrijstelling van arbeidsverplichtingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV-onderzoek voldoende zorgvuldig en volledig was, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek. De Raad vond geen reden om te twijfelen aan de FML of de geschiktheid van de geselecteerde functies. De gemeentelijke vrijstelling werd niet gelijkgesteld aan onderschatting van beperkingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht beëindigd na een zorgvuldig en volledig medisch onderzoek.