ECLI:NL:CRVB:2019:2248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig indienen beroepsgronden in WAO-uitkeringszaak
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 25 januari 2018, waarin werd geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen. Dit bezwaar werd bij besluit van 26 maart 2018 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Amsterdam, maar zonder de vereiste beroepsgronden te vermelden.
De rechtbank heeft appellant bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken de gronden in te dienen, met de waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk verklaard zou worden. Appellant diende de gronden echter pas na het verstrijken van deze termijn in, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij volledig arbeidsongeschikt is en dat het UWV ten onrechte de WAO-uitkering heeft geweigerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat appellant geen geldige reden had voor de overschrijding van de termijn.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden.