ECLI:NL:CRVB:2019:223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening AOW-uitspraak
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft verzoekster tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €126,-, met een duidelijke betalingstermijn.
Verzoekster stelde dat zij het griffierecht reeds had voldaan, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen. In de administratie van de Raad is geen betaling aangetroffen voor deze zaak. Het griffierecht dat mogelijk in een andere zaak was betaald, is niet van toepassing op dit herzieningsverzoek.
Gezien het ontbreken van betaling en bewijs daarvan, is verzoekster in verzuim en wordt het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in aanwezigheid van griffier J.A. Achterberg, en uitgesproken op 23 januari 2019.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.