ECLI:NL:CRVB:2019:2227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand naar kostendelersnorm wegens niet melden 21-jarige inwonende zoon
Appellanten ontvangen sinds 2014 bijstand naar de norm voor gehuwden en staan ingeschreven op een adres waar ook hun zoon X, geboren in 1995, woont. Het college besloot in 2015 dat X niet meetelde als medebewoner voor de kostendelersnorm omdat hij jonger was dan 21 jaar. In 2017 heeft het college de bijstand herzien en verlaagd vanaf 23 maart 2016, de datum waarop X 21 jaar werd, en heeft het college de teveel ontvangen bijstand teruggevorderd.
Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat zij niet verplicht waren het bereiken van de 21-jarige leeftijd van hun zoon te melden omdat het college al op de hoogte was van zijn geboortedatum. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en oordeelde dat het bereiken van de 21-jarige leeftijd een wijziging is die appellanten uit eigen beweging moeten melden, ongeacht of het college de geboortedatum al kende.
Daarnaast wees de Raad het beroep af dat de terugvordering beperkt zou moeten worden tot zes maanden, omdat hier sprake was van een schending van de inlichtingenverplichting en dus een terugvorderingsverplichting bestond. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand en de terugvordering wegens het niet melden van het bereiken van de 21-jarige leeftijd van de inwonende zoon.