Uitspraak
18.1960 PW
26 februari 2018, 17/3145 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant huurt sinds januari 2017 een woning en vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen gebruik kon maken van een voorliggende voorziening, namelijk een lening bij de Nederlandse Kredietbank.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, stellende dat appellant niet met objectieve gegevens had onderbouwd dat de lening niet passend was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij nooit voor de lening in aanmerking zou komen en dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege gezinsuitbreiding.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die de gemotiveerde uitspraak van de rechtbank weerleggen. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en het verzoek om schadevergoeding eveneens. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt afgewezen wegens aanwezigheid van een passende voorliggende voorziening in de vorm van een lening bij de kredietbank.