ECLI:NL:CRVB:2019:2186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 18 juni 2019 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het betrof een intrekking en terugvordering van bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard had de bijstand ingetrokken en teruggevorderd omdat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden.
Appellant had nagelaten melding te maken van financiële ondersteuning door derden, verkoop van goederen via Marktplaats en stortingen op zijn bankrekeningen. Hierdoor ontstond een onduidelijke financiële situatie waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat deze gronden voldoende waren voor intrekking en terugvordering van bijstand over de betreffende periode.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden als bodypainter niet relevant waren voor de beoordeling. Appellant was niet verschenen bij de zitting, het college werd vertegenwoordigd door een raadsman. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.