ECLI:NL:CRVB:2019:2179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens ontbreken woonplaats en niet-inleveren gevraagde gegevens
In deze zaak gaat het om drie hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam betreffende aanvragen om bijstand. Twee aanvragen werden afgewezen omdat appellant niet woonachtig was in de gemeente, terwijl een andere aanvraag buiten behandeling werd gesteld wegens het niet aanleveren van gevraagde stukken.
Appellant stelde dat hij wel woonplaats had in de gemeente, maar onderbouwde dit niet. Onderzoek toonde aan dat hij voornamelijk in Polen verbleef, vaste lasten daar betaalde en correspondentie in Polen ontving. Appellant gaf zelf aan slechts één tot twee maanden per jaar in Nederland te zijn. De Raad oordeelde dat het college niet verplicht was verder onderzoek te doen en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt woonplaats in de gemeente te hebben.
Ten aanzien van de buiten behandeling stelling wegens niet-inleveren van gegevens, oordeelde de Raad dat appellant niet in zijn belangen was geschaad door het niet horen in de bezwaarfase. Zijn stelling van een verstandelijke beperking was onvoldoende onderbouwd om het niet aanleveren te rechtvaardigen. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens het ontbreken van woonplaats en het niet aanleveren van gevraagde gegevens.