ECLI:NL:CRVB:2019:2152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens niet-melding auto en vermogen
In deze zaak staat de intrekking van bijstand en de oplegging van een boete centraal. Appellant heeft nagelaten de aanschaf van een auto tijdig te melden, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. Daarnaast is appellant niet tijdig ingelicht over een periode van vrijheidsontneming, maar dit speelt geen rol meer nu de intrekking op de auto is gebaseerd.
De waarde van de auto kon niet worden vastgesteld omdat essentiële gegevens zoals kilometerstand en uitvoering ontbraken. Het college heeft daarom terecht de bijstand ingetrokken. Ook de aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag is afgewezen omdat deze volgt op de intrekking.
De boete van €1.183,- is passend geacht gezien de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. Het college heeft een fictieve draagkracht van 10% van de bijstandsnorm in acht genomen. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en proceskosten zijn niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en de boete worden bevestigd; hoger beroep wordt ongegrond verklaard.