ECLI:NL:CRVB:2019:2135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid en ziekengeld zonder werkgever
Appellante, laatstelijk werkzaam als docente Engels, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij geschikt was voor andere functies en meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarna het ziekengeld werd stopgezet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren meegenomen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij door haar klachten niet kon werken, maar leverde geen medische onderbouwing voor een grotere beperking.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV en de rechtbank terecht hebben geoordeeld dat de geselecteerde functies medisch passend zijn en dat de FML een juiste weergave is van de beperkingen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV-besluit bevestigd dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.