ECLI:NL:CRVB:2019:2091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor passende functie bevestigd
Appellante was woonbegeleider en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies, waaronder wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur. Na een nieuwe ziekmelding en beoordeling beëindigde het UWV haar ZW-uitkering per 9 december 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen passend waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep concentratieproblemen aan en verzocht om een onafhankelijke deskundige, maar het UWV bevestigde de eerdere beoordeling.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met betrokkenheid van meerdere specialisten en een uitgebreide anamnese. De psychische en lichamelijke beperkingen van appellante waren voldoende meegenomen, en haar cognitieve functies bleken adequaat voor de functie. Er was geen reden om de conclusies van de artsen van het UWV te betwijfelen of een deskundige te benoemen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor de functie van wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur.