ECLI:NL:CRVB:2019:2009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en oplegging bestuurlijke boete wegens onjuiste woonsituatie
Appellante ontving vanaf 1 juni 2016 studiefinanciering als uitwonende studente. Op 25 oktober 2016 voerden controleurs een onderzoek uit naar haar woonsituatie, waaruit bleek dat zij feitelijk thuiswonend was. Op basis hiervan herzag de minister de studiefinanciering met terugwerkende kracht en vorderde een bedrag van €1.033,90 terug. Tevens werd een bestuurlijke boete van €516,95 opgelegd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat het onderzoek een juiste grondslag bood en de boete proportioneel was. Appellante bracht in hoger beroep geen nieuwe gronden aan, maar herhaalde eerdere bezwaren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motieven van de rechtbank en bevestigde het oordeel dat de herziening en boete terecht zijn opgelegd. De Raad stelde vast dat de bevoegdheid van de controleurs voldoende was aangetoond en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.