ECLI:NL:CRVB:2019:2007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van weigering herziening studiefinanciering 2014 na bezwaar en beroep
Appellante had studiefinanciering ontvangen voor de maanden januari tot en met maart 2014. Na controle heeft de minister de toekenning herzien en een bedrag van €1.612,47 teruggevorderd. Appellante stelde bezwaar tegen deze herziening, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens verzocht zij om terug te komen op deze besluiten, maar dit verzoek werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond, omdat zij geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening konden rechtvaardigen. De gewijzigde aangifte veranderde niets aan haar inkomen of gewerkte uren in de betreffende periode, en eerdere herstelbesluiten over 2012 en 2013 waren niet relevant voor 2014.
In hoger beroep bracht appellante geen nieuwe gronden naar voren, maar herhaalde slechts eerdere argumenten. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.