ECLI:NL:CRVB:2019:1971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens juiste vaststelling belastbaarheid
Appellante was werkzaam als medewerker customer service en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast en kende haar aanvankelijk een WGA-uitkering toe. Later werd deze uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig onderzoek.
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking en voerde aan dat haar belastbaarheid was onderschat, met name vanwege haar psychische klachten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Ook nieuw ingebrachte medische informatie bood geen aanleiding tot herziening.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde aanvullende medische stukken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze stukken geen nieuwe relevante informatie bevatten over de situatie op de datum van de intrekking. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde overtuigend dat appellante wel benutbare mogelijkheden had en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd medisch geschikt waren.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat haar belastbaarheid juist is vastgesteld.