ECLI:NL:CRVB:2019:1967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over medische grondslag weigering WIA-uitkering wegens dwingend werktempo
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd op grond van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 8 september 2015, waarin zijn belastbaarheid werd vastgesteld zonder beperking voor dwingend werktempo.
Appellant bracht een psychiatrisch expertiserapport in waarin een matige beperking voor dwingend werktempo werd vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde echter de oorspronkelijke FML zonder deze beperking. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische onderbouwing voldoende was.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de matige beperking voor dwingend werktempo niet in de FML is opgenomen. De Raad draagt het UWV op de FML aan te passen en de gevolgen daarvan voor de geselecteerde functies te beoordelen. Het UWV moet vervolgens bepalen of het besluit gehandhaafd kan worden of dat een nieuwe beslissing op bezwaar nodig is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op de FML aan te passen met een matige beperking voor dwingend werktempo en de gevolgen daarvan te beoordelen.