ECLI:NL:CRVB:2019:195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij bijstandsverlening ondanks ontbreken betalingsbewijzen huur
Appellant heeft een bijstandsaanvraag ingediend waarbij hij verklaarde alleenstaand te zijn en een kamer te huren voor €300 per maand. Het college stelde vast dat er meerdere personen op het adres stonden ingeschreven en paste de kostendelersnorm toe, waarbij rekening werd gehouden met één medebewoner. Appellant overlegde een huurcontract uit 2007, maar geen betalingsbewijzen.
Het college concludeerde dat geen sprake was van een commerciële huurrelatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat appellant de huurbetalingen niet had onderbouwd ondanks gelegenheid daartoe.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het ontbreken van kwitanties niet uitsluit dat sprake is van commerciële huur. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde die de gemotiveerde uitspraak van de rechtbank konden weerleggen en bevestigde het oordeel dat geen commerciële huurrelatie bestond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de toepassing van de kostendelersnorm en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.