ECLI:NL:CRVB:2019:1944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet overleggen noodzakelijke gegevens
In deze zaak gaat het om het besluit van 9 mei 2017, dat bijstand aan appellant intrekt met ingang van 10 maart 2017, gehandhaafd bij besluit van 4 september 2017. Het dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug stelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door niet alle gevraagde gegevens te overleggen, waaronder bankafschriften van een ING-rekening, een PayPalrekening en bewijs van verblijf in het buitenland.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ondanks het niet overleggen van alle gegevens toch recht op bijstand had, en overlegde een bankafschrift van 21 september 2016 met een saldo van €4,90. Dit werd echter onvoldoende geacht omdat het bankafschrift niet de gehele te beoordelen periode besloeg en de overige noodzakelijke gegevens nog steeds ontbraken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat zonder deze gegevens niet kan worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand in de periode van 10 maart tot 9 mei 2017. Daarom was het dagelijks bestuur terecht gehouden de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.