ECLI:NL:CRVB:2019:1937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing Ziektewet- en WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met klachten aan rug en been en later met voetklachten. Het UWV stelde vast dat zij geschikt was voor bepaalde functies en daarom geen recht had op een ZW-uitkering vanaf 8 juni 2015. Ook werd vastgesteld dat zij geen recht had op een WIA-uitkering per 23 juni 2014 wegens het ontbreken van een toename van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid juist was vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij een toename van klachten had, maar leverde geen nieuwe medische gegevens die dit aannemelijk maakten.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het UWV op goede gronden heeft vastgesteld dat appellante geschikt is voor de maatgevende arbeid en dat er geen toename van arbeidsongeschiktheid is. De arbeidskundige beoordeling bleef buiten beschouwing omdat geen toename was vastgesteld. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op ZW- en WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid en het ontbreken van toename van arbeidsongeschiktheid.