ECLI:NL:CRVB:2019:1899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WGA-loonaanvullingsuitkering na verslechtering gezondheid
Appellante, werkzaam als kwaliteitscontroleur, meldde zich ziek met energetische klachten en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van circa 51%. Na een melding van verslechtering van haar gezondheid vond nieuw verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek plaats, waarna het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vaststelde op 51,74%.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij op diverse punten meer beperkt zou moeten worden geacht, onder meer vanwege een depressie, epilepsie en concentratieproblemen. Zij voerde aan dat dit aanleiding moest zijn voor een grotere urenbeperking en dat de geselecteerde functie niet passend was.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts de medische informatie voldoende had betrokken. Er was geen aanleiding voor een grotere urenbeperking, aangezien de medische gegevens geen ernstige depressie aantoonden. Ook was er geen reden om de functie als ongeschikt te beschouwen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de mate van arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering worden bevestigd.