ECLI:NL:CRVB:2019:1881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Invaliditeitsuitkering terecht gekort wegens inkomsten op grond van de AOR
Appellant, erkend als oorlogsslachtoffer met oorlogsletsel, ontving een invaliditeitsuitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Sociale Verzekeringsbank heeft deze uitkering met ingang van 1 juli 2017 vastgesteld op een laag bedrag na verrekening van overige inkomsten.
Appellant stelde dat de korting op zijn uitkering niet recht doet aan zijn status en dat hij mocht vertrouwen op een hoger bedrag. De Raad oordeelde dat artikel 21 van Pro de AOR dwingend voorschrijft dat inkomsten op de uitkering in mindering moeten worden gebracht en dat van deze bepaling niet kan worden afgeweken.
Verder was er geen sprake van schending van het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel, omdat appellant niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het bruto bedrag vóór verrekening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de korting op de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de korting van inkomsten op de AOR-uitkering bevestigd.