Uitspraak
17.7131 PW
OVERWEGINGEN
€ 3.214,64.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en woonde sinds februari 2015 op een adres dat later werd gesloopt. Het college trok de bijstand per 18 september 2015 in vanwege een onduidelijke woonsituatie en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het eerste besluit omdat het college zijn standpunt wijzigde en het bezwaar tegen beide besluiten ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.
In hoger beroep betoogde appellant dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege fouten van het college en persoonlijke omstandigheden. De Raad oordeelde dat de besluiten tijdig waren bekendgemaakt en dat appellant voldoende gelegenheid had om bezwaar te maken. De persoonlijke omstandigheden en vermeende fouten van het college rechtvaardigden geen verschoonbaarheid.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Bezwaar tegen intrekking bijstand is niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.