ECLI:NL:CRVB:2019:1853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van Ziektewet bevestigd na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als orderbehandelaar, meldde zich ziek wegens nier- en blaasklachten, hoofdpijn en gehoorproblemen en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na een verzekeringsartsbeoordeling vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde het ziekengeld per 2 mei 2017. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beoordeling van het UWV juist.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig. De Raad overwoog dat de geschiktheid voor arbeid beoordeeld moet worden op basis van de laatst verrichte arbeid en dat bijzondere omstandigheden, zoals het werken in een kantoortuin, niet relevant zijn als die niet kenmerkend zijn voor de arbeid.
Verder werd een misverstand over medische adviezen van de uroloog erkend, maar dit leidde niet tot een andere beoordeling. Ook nieuw medisch bewijs van een neuroloog uit 2018 bracht geen wijziging, omdat het onderzoek na de datum van het besluit was en geen verklaring gaf voor de klachten. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het recht op ziekengeld terecht heeft beëindigd.