ECLI:NL:CRVB:2019:1850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autotransacties
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme tip over samenwonen. Tijdens het onderzoek bleek dat zij vijftien auto’s op haar naam had staan, waarvan meerdere kortstondig geregistreerd waren. Het college besloot de bijstand over diverse maanden in te trekken en terug te vorderen wegens het niet melden van transacties met deze auto’s.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het college onvoldoende bewijs had geleverd en dat slechts enkele auto’s kort op haar naam stonden. Zij stelde dat de auto’s die langer dan drie maanden op haar naam stonden geen autohandel betroffen en dat haar verklaringen ten onrechte waren afgewezen.
De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellante als tussenpersoon bij handelstransacties had opgetreden, gezien de korte tenaamstellingsperioden van dertien auto’s. Appellante had haar inlichtingenverplichting geschonden door deze transacties niet te melden. Zij slaagde er niet in aan te tonen dat zij recht had op bijstand over de betreffende maanden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde autotransacties.